Vreemde tinteling

Boek LabyrinthHoe meer ik er over nadenk, hoe vreemder wordt het boekje Labyrinth. Four Times through the Labyrinth van Olaf Nicolai (conceptueel kunstenaar) en Jan Wenzel (fotokunstenaar). Vier keer maak je een associatieve trip door het labyrint aan de hand van vier mensen uit het artistieke milieu van Leipzig (twee kunstenaars, een architect en een acteur). Elk met een eigen begrippenduo als invalshoek: Urban Life/Migration, Game/Control, Orientation/Disorientation en Garden/Camp.

Het leest als een inspirerende les kunstgeschiedenis: een stuk of 60, 70 dia’s en een boeiend verhaal bij elk plaatje. Maar als je dan weer buiten staat, in het felle daglicht, is die magie van de lichtbeelden en de stem in het donker moeilijk opnieuw op te roepen en als je probeert het gehoorde na te vertellen, raak je de draad kwijt. Gelukkig is dit geen diashow, maar een boekje. Daar kan je nog eens in terugbladeren.

Aanleiding voor Labyrinth is een kunstwerk uit 1998 van Olaf Nicolai. Hij maakte voor de tentoonstelling Art Grandeur Nature in Parijs een labyrint van de groene plastic bezems waarmee de Parijse schoonmakers de straten schoonhouden. Dit kunstwerk vond zijn definitieve plek bij de Galerie voor Eigentijdse Kunst in Leipzig. In de herfst van 2010 werd Four Times through the Labyrinth voor het eerst gepresenteerd in de galerie door de vier sprekers. Deze uitgave uit 2012 is daar dan weer het tastbare resultaat van.

De vier ‘sprekers’ zochten met veel plezier de grootst mogelijke omwegen uit om een vraag te beantwoorden. Vragen zoals in lezing 2 Game/Control:

“What kind of game is to be played in the labyrinth? And what can we learn from it? Is it a matter of finding the way? Or rather a willingness to let oneself feel lost?”

Of die van lezing 3 Orientation/Desorientation:

“Does one’s sense of direction improve, the more one knows? Or is it even harder to find the way when one knows how easy it is to get lost? (…) What does it really mean to orientate oneself, to find one’s way in a strange surroundings, an unfamiliar space or indeed an overwhelming situation of any kind?”

Het labyrint als metafoor, als manier om een ruimte vorm te geven, een stad te bouwen, je angst te bedwingen. Op weg naar de antwoorden kom je (regelmatig) langs Theseus, de Griekse held die de Minotaurus in het hart van het labyrint doodt, en Theseus de muis. Via IKEA naar S.T.A.L.K.E.R. en van A naar B, van Guy Debord, heen en weer, naar New Babylon van Constant en naar Annaburg. En dat op pocketformaat met kleurenfoto’s op 320 lichtgele ruwe pagina’s, een knallend rode, glanzende omslag, met blinddruk. Als was het zo’n goedkope thriller die je op het station koopt. Alleen ontbreekt de suggestieve gelikte afbeelding.

Je begrijpt, de kortste route naar de antwoorden op al die vragen zit er niet tussen. Elke pagina die je omslaat toont je weer een nieuw gezichtspunt. Net als elke nieuwe bocht in het labyrint. En heb je de weg naar de uitgang gevonden langs de draad van Ariadne, knipper dan even met je ogen tegen het felle licht en voel dat vreemde tintelen, dat gevoel dat je iets beleefd hebt wat je niet na kunt vertellen, maar waar je van de gedachte alleen al weer vrolijk wordt.

Vreemde tinteling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>